MONGOOLSE RUITERS OP DE STEPPE
Ulan Bator, de hoofdstad van Mongolië, verandert snel. Mongools nationalisme herleeft en uit zich in trots op monumenten als het lamaïstische Gandan Klooster en het Winterpaleis.
In jeeps gaan we het land in. U ziet de eerste gers, nomadententen, verspreid in het glooiende landschap liggen. Bij gastvrije nomadenfamilies leert u de nationale drank arak, gefermenteerde paardenmelk, kennen. Onderweg ziet u diverse dieren, zoals schapen, geiten, kamelen, yaks en veel roofvogels. We zullen verblijven in gers (yurts), grote voor toeristen aangepaste nomadententen waar u dan met twee personen in slaapt. Ook in de zomer kan de temperatuur sterk dalen in de nacht. Er is een warm dekbed aanwezig. Toiletten en douches zijn in een apart gebouw aanwezig.
De eerste overnachting is in Madalgov. In de buurt zien we Ovoo's, heilige plaatsen. Verder zuidwaarts in Dalanzadgad zijn we aan de rand van de Gobi Woestijn. Khongoryn Els is bekend om zijn ‘zingende zandduinen'. In Bayanzag zien we de ‘vlammende rotsen'. Dit is de plek waar veel dinosaurusfossielen en -eieren zijn gevonden. Via de ruïnes van het Ongyn Klooster gaan we naar Karakorum. Het was in de 13e eeuw de hoofdstad van Genghis Khan, maar daarvan rest niets. We verblijven in een prachtig gelegen kamp langs een riviertje tussen de bergen. We zien bij Karakorum het Erdene Zuu Klooster, het eerste centrum van het Tibetaanse boeddhisme in Mongolië. De volgende stop is in Bayan Gobi, dat weer ligt in een zeer prachtig gebied met zandduinen. Hier is de Ovgoni Tempel te zien. Van Bayan Gobi rijden we naar Hustai, het park dat bekend is vanwege de Przewalski-paarden.