Kumari Devi
Aan de zuidzijde van het Durbar Plein staat een hoog wit gebouw, met fraai houtsnijwerk bewerkte vensters en deuren die bewaakt worden door stenen leeuwen. Dit is de Kumari Chowk, een van dé bezienswaardigheden van het Durbar Plein.
In de Chowk woont constant een jong meisje, dat op jonge leeftijd is gekozen om de levende godin van de stad; de Kumari Bahal te worden. In 1757 bouwde koning Prakash Malla het paleis. De grote toegangspoort naast het Kumari Devi verbergt een grote strijdwagen waarmee eens per jaar de Kumari rond de stad gereden wordt.
Als u de toegangspoort onderdoor loopt komt u op een binnenplaats. Deze wordt omringd door balkons die zijn gedecoreerd met meesterlijk 18e-eeuws houtsnijwerk. Misschien is het mogelijk achter een van de vensters een glimp op te vangen van de godin. Ze is een jong meisje en gemakkelijk te herkennen aan de zwarte oogschaduw rond haar ogen die zich uitstrekt tot aan haar oren en aan het haar dat in een knot bovenop haar hoofd is gebonden. Het is niet toegestaan haar te fotograferen.
Op de binnenplaats staat ook mandala op een lotus en een miniatuurstupa met het symbool van Saraswati, de godin van het leren. Niet-Hindoes mogen niet achter de binnenplaats komen.
De maagd Kumari wordt vereerd als een incarnatie van Parvati, de echtgenote van Shiva en is een symbool van zuiverheid en kracht. Het meisje dat deze rol krijgt aangemeten is niet als een godin geboren, en ze blijft dat ook niet voor haar hele leven. De selectie is zeer streng. Ze wordt op ongeveer vijfjarige leeftijd gekozen uit de Newar-kaste van goud- en zilversmeden. Zij dient over 32 goede eigenschappen te beschikken. Een belangrijke voorwaarde is dat zij nooit gewond is geraakt en dat haar bloed nooit heeft gevloeid. Na deze selectie blijven er nog een tiental kandidaten over. Zij worden opgesloten in een donkere kamer waar gruwelijke maskers en vers geslachte buffelkoppen te zien zijn. Er worden dan angstaanjagende geluiden gemaakt vanaf de buitenkant, en het meisje dat het minste vrees toont wordt verkozen. Dit proces is gelijk aan de selectie van de Dalai Lama. Als haar horoscoop niet “vloekt”met die van de Koning dan verblijft zij gezamenlijk met haar familie totdat zij de puberteit bereikt in het huis: de Chowk. Gedurende het daarop volgende Dassein festival dringt de goddelijke geest in haar lichaam binnen. Gelijk met de eerste menstruatie (of voor die tijd als ze een verwonding oploopt) wordt de Kumari weer menselijk en moet er weer een nieuwe godin gekozen worden.
Met het festival van de god Indra, dat in september wordt gevierd en het einde van de moesson markeert, wordt de Kumari gedurende drie dagen in een wagen door Kathmandu gereden. Bij deze gelegenheid zegent zij de koning van Nepal door een rode `tika' op zijn voorhoofd te plaatsen, als dank krijgt zij dan een gouden munt. Curieus is dat net in het sterfjaar van de grootvader van de huidige koning de Kumari erg veel weerstand toonde bij het toedienen van de tika en hiertoe letterlijk gedwongen moest worden.
De Kumari gaat officieel zes maal per jaar naar buiten gedurende de grote festivals, hieronder vallen de grote en de kleine Dasains in oktober en april wanneer ze bij het oude koninklijke paleis, de Hanuman Dhoka verschijnt.
Het instituut van de Kumari gaat circa twee eeuwen terug, naar de laatste Malla koning van Kathmandu, Jayaprakash Malla. Hij had ooit geslachtsgemeenschap met een meisje dat nog in haar voorpuberale fase was. Het gevolg hiervan was dat het meisje kwam te overlijden. De koning kreeg toen een droom, waarin hem werd opgedragen om als boete voor zijn zonde, het instituut van de Kumari te installeren, haar te aanbidden, en haar ieder jaar door Kathmandu rond te rijden. Het is ook mogelijk dat de Kumari al veel eerder bestond, en dat pas onder deze Malla koning de gewoonte van de jaarlijkse rondrit door de stad een aanvang nam. De laatste Malla koning van Kathmandu werd op de dag van het Kumari festival verslagen, en de eerste koning van de huidige Shah dynastie ontving als gewoonte op dezelfde dag zijn zegening.
Het levensonderhoud van de Kumari wordt betaald door de inkomsten van `Guthi', het land dat in het bezit is van de tempels oftewel de godheden. De Kumari krijgt daarnaast ook bijdragen in de vorm van door aanbidders gebrachte offers. De Kumari wordt niet verondersteld naar school te gaan, hoewel zij tegenwoordig wel onderricht krijgt van een haar bezoekende leraar.
Wanneer de Kumari bij het bereiken van de puberteit weer een gewoon mens wordt krijgt ze tot haar huwelijk een regeringstoelage en als ze trouwt krijgt ze een bruidsschat. Het valt een ex-Kumari echter vaak niet mee een echtgenoot te vinden. Er is een sterk bijgeloof dat de man die haar trouwt een grote kans loopt om binnen zes maanden te sterven, tenzij hij zowel mentaal als fysiek erg sterk is. Tegenwoordig leeft dit bijgeloof niet meer zo sterk aangezien in de recente tijd veel echtgenoten hun Kumari zelfs hebben overleefd.